Je zit in een overleg. Iemand zegt iets over jouw werk, niet eens onaardig, en je merkt dat je meteen inbindt. Je haalt je punt naar beneden, je verzacht het, je zegt dat het inderdaad ook anders kan. Pas in de auto naar huis komt het: waarom deed ik dat nou? Je wist het beter. Je had het kunnen zeggen. Je hebt het niet gezegd. En dan die vervelende gedachte: ik doe dit altijd. Dat klopt waarschijnlijk. Het is iets wat je ooit héél goed hebt geleerd.

Je jeugd is waar de wegen zijn aangelegd
In je jeugd gebeurt bijna alles voor het eerst. De eerste keer dat je iemand teleurstelt. De eerste keer dat je ergens niet bij hoort. De eerste keer dat het thuis onrustig is en je niet weet wat je moet doen.
Bij elke eerste keer legt je brein een verbinding aan. Het registreert: dit is de situatie, dit heb ik gedaan, dit was het resultaat. En als dat resultaat draaglijk was, als de spanning zakte, als het weer veilig werd, als je erdoorheen kwam, dan wordt die verbinding vastgelegd als iets wat werkt.
Zo bouw je in de eerste jaren van je leven een compleet wegennet aan. Niet bewust, niet doordacht. Gewoon door dingen mee te maken en te ontdekken wat helpt. En daarna doet je brein iets wat volstrekt logisch is: het gebruikt die wegen. Bij een nieuwe situatie kijkt het niet eerst rond om te zien wat hier nou eigenlijk nodig is; het neemt de dichtstbijzijnde bestaande route. Dat is razendsnel en het kost bijna geen energie – precies waar je brein op gebouwd is.
De oplossing was slim
Hier is het stuk dat vaak wordt overgeslagen: wat je toen bedacht, was goed bedacht. Het kind dat merkte dat het thuis rustiger werd als zij zich klein maakte, deed iets slims. Het kind dat ontdekte dat er aandacht kwam als hij het uitstekend deed, deed iets slims. Het kind dat leerde altijd eerst te peilen hoe de sfeer was voordat het iets zei, deed iets slims.
Lees ook: Waarom je brein maar blijft malen
Dat waren oplossingen, gevonden door iemand van 4 of 9 met de middelen die op dat moment beschikbaar waren. En ze wérkten. Daarom liggen ze er nog, die ingesleten paden. Spoileralert: hoogbegaafden zijn héél goed in het bedenken van ontzettend creatieve en slimme oplossingen….
Ingesleten patronen
Je brein heeft geen ingebouwd moment waarop het zijn eigen oplossingen opnieuw beoordeelt. Er komt geen melding: deze strategie is inmiddels twintig jaar oud, wil je hem herzien? Wat er wél gebeurt, is dat de strategie zichzelf blijft bevestigen. Je maakt je klein, de spanning zakt, je brein noteert: alweer gelukt. Dat de spanning misschien ook was gezakt als je gewoon je punt had gemaakt, komt het nooit te weten, want je hebt het nooit geprobeerd. Zo blijft de route in gebruik.
Tot je merkt dat het schuurt. Want je bent geen kind meer. Je bent volwassen, met een functie, met collega’s die niet je ouders zijn, met een partner die niet je broer of zus is. Je hebt woorden die je toen niet had, en mogelijkheden die je toen niet had. Je kunt weglopen. Je kunt het benoemen. Je kunt iets weigeren zonder dat je bestaan op het spel staat.
Lees ook: Ons lichaam onthoudt alles
De oplossing van toen was afgestemd op een wereld waarin je afhankelijk was, klein, en zonder uitweg. Die wereld is er niet meer. De oplossing van toen is er nog wel, in de vorm van een ingesleten patroon. En dus zie je jezelf op je werk dingen doen die daar niet meer kloppen. Je neemt taken over die niet van jou zijn, omdat zorgen dat het goed gaat ooit je manier was om het veilig te houden. Je zegt niets in een vergadering, omdat opvallen ooit riskant was. Je werkt door tot je omvalt, omdat presteren ooit de manier was om gezien te worden.
Niet afbreken, maar aanleggen
Proberen oud gedrag af te leren, is volgens mij niet de manier. Nooit meer pleasen, nooit meer perfectioneren, nooit meer zwijgen. Blijf het vooral doen, maar wel als keuze. Niet omdat je denkt dat je nu eenmaal zo bent.
Het zijn geen eigenschappen. Het zijn routes, zo vanzelfsprekend dat je niet meer merkt dat je afslaat. Het verschil is wezenlijk: een eigenschap heb je, een route kun je verlaten. Maar alleen als je hem eerst ziet liggen.
Je hoeft de weg ook niet af te breken, of te verbieden. Zeker niet een weg die ooit is aangelegd om je te beschermen. Wat wel kan, is een nieuwe aanleggen. En die is in het begin smal, onwennig en veel langzamer dan de oude. De eerste keer dat je in dat overleg je punt gewoon laat staan, voelt het niet als groei. Het voelt ongemakkelijk en riskant. Je hart in je keel. Dat is precies wat het is als je iets voor het eerst doet.
Terug naar waar de weg begon
IEMT (Integral Eye Movement) is daar een heel helpende tool bij. Niet door na te denken over waar je gedrag vandaan komt – je verstand heeft daar meestal allang een verhaal bij bedacht – maar door de vraag rechtstreeks aan je zenuwstelsel te stellen: wat was de eerste keer dat je dit gevoel voelde?
Lees ook: Over EMDR en IEMT
Vaak komt daar iets naar boven waar je zelf niet op was gekomen. Een moment, een beeld, een leeftijd. Niet omdat het zo bijzonder was, maar omdat het de plek is waar de weg werd aangelegd. Vanaf daar helpen we je brein om die oude situatie nog eens te bekijken – met de ogen en de middelen die je nú hebt. En vanuit dat punt kun je het iets nieuws laten zien: dat er voor de situatie van vandaag een andere route mogelijk is.

